donderdag 28 november 2019

Heiligen - Dutch Orthodox Web 3

Heiligen

Dutch Orthodox Web 3

ORTHODOX CHRISTIANITY – MULTILINGUAL ORTHODOXY – EASTERN ORTHODOX CHURCH – ΟΡΘΟΔΟΞΙΑ – ​SIMBAHANG ORTODOKSO NG SILANGAN – 东正教在中国 – ORTODOXIA – 日本正教会 – ORTODOSSIA – อีสเทิร์นออร์ทอดอกซ์ – ORTHODOXIE – 동방 정교회 – PRAWOSŁAWIE – ORTHODOXE KERK -​​ නැගෙනහිර ඕර්තඩොක්ස් සභාව​ – ​СРЦЕ ПРАВОСЛАВНО – BISERICA ORTODOXĂ –​ ​GEREJA ORTODOKS – ORTODOKSI – ПРАВОСЛАВИЕ – ORTODOKSE KIRKE – CHÍNH THỐNG GIÁO ĐÔNG PHƯƠNG​ – ​EAGLAIS CHEARTCHREIDMHEACH​ – ​ ՈՒՂՂԱՓԱՌ ԵԿԵՂԵՑԻՆ​​

ORTHODOX WEB: http://orthodoxweb.blogspot.com - Abel-Tasos Gkiouzelis - Email: gkiouz.abel@gmail.com – Feel free to email me…!

♫•(¯`v´¯) ¸.•*¨*
◦.(¯`:☼:´¯)
..✿.(.^.)•.¸¸.•`•.¸¸✿
✩¸ ¸.•¨ ​


<>

Heilige Citaten

* “Het geestelijk leven van de gehele kudde zal een weerspiegeling worden van die van de Bisschop”.
—Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994)

“Iemand die het lang nastreeft maar geen geestelijke vooruitgang ziet is trots en egoïstisch. Geestelijke vooruitgang wordt alleen daar gesmeed waar sprake is van… geduldige nederigheid“.
—Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994)

* "Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent, volgt daar automatisch op dat zij anders reageert. Dat vindt eveneens plaats wanneer je jezelf voortdurend – door gebed en de eenvoud van leven – op God richt".
—Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994)

* “Mensen die met enige tevredenheid Christus werk menen te doen, gaan in hun blijdschap over hun deugden een vreemde geur verspreiden. Het is net als bij het bakken van eieren; je ervaart er een zekere poeplucht bij. Je hebt de neiging de hele boel weg te gooien, met inbegrip van de koekenpan. Dat is de reden waarom monniken altijd nederigheid nastreven”.
—Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994)

* “Wat hebben we in deze eeuw met onze ‘beschaving’ bereikt? We hebben de mensen razend gemaakt [dol gemaakt] en de sfeer en het milieu verziekt. Wanneer het wiel zijn as loslaat, draait het doelloos rond en lopen zaken uit de hand. In het verleden had de mens slechts last van oorlogen; tegenwoordig lijden we in/door de bewoonde beschaving”.
—Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994)

* “Ouders dienen hun kinderen bij te brengen dat het strijd, inspanning en opoffering kost om Christus na te volgen. Christus is namelijk de enige weg, er is geen andere. Geef je dit aan je kinderen mee, dan hebben ze niets anders nodig, want dit omvat het hele christelijk onderwijs”.
—Heilige Paisios van de berg Athos, Griekenland (+1994)

* “Een christen“, zo schrijft de heilige Johannes Climacos [van de Ladder] (+649), “Getuigt door middel van zijn leven en laat door zijn daden zien dat hij in Christus gelooft“.

* “Blijf onophoudelijk bidden ook voor de anderen, want er blijft altijd een kans tot verandering en bekering tot God. Laat ze dan op z’n minst leren van uw manier van doen“.
—Heilige Ignatius van Antiochië, Syrië (+108)

* De Heilige Johannes Chrysostomus-Guldenmond schrijft dat wil je jezelf een christen kunnen noemen, dat je dan een christen in hart en nieren dient te zijn en een overwinnend christelijk leven l[ij]eiden.

* We herinneren ons het woord van de Heilige Basilius de Dwaas om Christus (Rusland, 1469-1552), die zei: “De winter is koud, maar het Paradijs is zoet“.

* “Wanneer je je eigen wil beheerst, de nederigheid en de volmaakte gehoorzaamheid leert te beoefenen dan zul je tevens vooruitgang boeken in de andere deugden en God zal je verheerlijken“.
—Heilige Daniel van Zagora, Thessalië, Griekenland (+1842)

* “De Kerk leidt je tot het berouw voor je zonden en wist ze uit, want daar bevindt zich de Geneesheer [niet de strenge rechter], de Enige Die je na onderzocht te hebben, vergeving van zonden verleent“.
—Heilige Johannes Chrysostomos (+407)

* “De demons voeren tegen onze zielen in de eerste plaats oorlog door middel van onze gedachten“.
—Heilige Ilias de Presbyter (+12de eeuw)

* “Zelf-liefde is een hartstochtelijk, hersenloze liefde voor het eigen lichaam. Het tegenovergestelde is liefde en zelfbeheersing. Een mens welke door eigenliefde wordt beheerst wordt door alle passies overheerst“.
—Heilige Maximos de Belijder (+662)

* “Wanneer God in het vlees lijdt, wanneer Hij de mens vormt, is het dan niet dat wij ons dienen te verheugen wanneer we lijden, want wij hebben God om ons lijden mee te delen”.
—Heilige Maximos de Belijder (+662)

* “Gij hebt de Profeten tot hem gezonden en wondere daden verricht door Uw Heiligen, die in elk geslacht opnieuw uw welbehagen vonden. Gij hebt tot ons gesproken door de mond van Uw dienaren, de Profeten, Die ons de komende verlossing voorspelden“.
—Goddelijke Liturgie van Basilius de Grote (+379)

* “Smeek de Heer met al de kracht, die je in je is om nederigheid en liefde tot je broeders en zusters [je naasten], opdat God eveneens Zijn genade van Liefde vrijelijk mag geven aan je naasten. Eenieder die de eerst wil zijn dient te verlangen de laatste te zijn en iedereen om zich heen ter wille te zijn“.
—Heilige Silouan van de berg Athos, Griekenland, uit Rusland (+1938) [adhv Marc.9: 35]

* Net als de heilige Antonius de Grote (+356), roep ik tot God, “Heer, waar bent U?” (Psalm 129, 140]), verkerend in een overvloed aan genade. Ik wil een kind Gods zijn, ondanks het gevoel dat ik het kuiken ben dat door de moeder uit het nest wordt geworpen.

* Het Heilige Kruis is het heiligste gegeven en symbool van ons christelijk Geloof. Alle heilige Mysteriën worden afgesloten onder de aanroeping van de Heilige Geest en het zegel van het Kruis. Iedere priesterlijke zegen, ook die van ons leken, is kruisvormig.

<>

De kracht van het kostbaar en levenschenkende Kruis

De genade en de kracht van de Heilige Kruis is niet toe te schrijven aan de vorm, maar dat is alleen het Kruis van Christus, het instrument waardoor Christus de wereld heeft gered.

Het is het altaar, waarop Hij Zich heeft aangeboden als een offer voor de hele wereld.

Het is het bovennatuurlijke en glorieuze altaar, waarop de gekruisigde Heer, als de grote Hogepriester het offer opdraagt, dat de hele schepping als zoenoffer tot – terugkeer aan God – aanbiedt.


<>


Heilige Paisos van de Heilige Athos Berg, Griekenland (+1994)

12 juli

Een nieuwe Orthodoxe heilige: Vader Paisos van de Heilige Athos Berg werd gecanoniseerd door de Oecumenische Patriarch tijdens de bijeenkomst van de Heilige Synode op dinsdag 13 januari 2015. De Heilige Paisios was reeds als een heilige erkend door de gelovigen en het was slechts een kwestie van tijd voor hij zou gecanoniseerd worden.

Arsenios Aznepidis werd geboren op 25 juli 1924 in Farasa, Cappadocië in Klein-Azië, kort voor de volkswisseling tussen Griekenland en Turkije na de Turks-Griekse oorlog van 1919 tot 1922. Hij ontving zijn naam van de heilige Arsenios van Cappadocië, die hem doopte, het kind zijn naam gaf en zijn toekomst als kloosterling voorspelde. Kort na zijn doopsel moesten de jonge Arsenios en zijn familie Klein-Azië verlaten als gevolg van het vredesakkoord van Lausanne. De heilige Arsenios leidde zijn volk op deze tocht van 600 km naar Griekenland. De familie Eznepidis settelde zich in Konitsa in Epirus in het noordwesten van Griekenland. Zoals hij voorspeld had, overleed de heilige Arsenios veertig dagen nadat zijn groep zich in Griekenland gevestigd had en liet hij hen als zijn spirituele erfgenaam de jonge Arsenios na. Arsenios groeide op in Konitsa en werd schrijnwerker na zijn middelbare school.

Tijdens de burgeroorlog in Griekenland na de Tweede Wereldoorlog, diende Arsenios als radio operateur. Hij was zeer bezorgd voor zijn landgenoten en hun familie, maar niet bang voor zichzelf omdat hij alleenstaande was zonder kinderen. Hij werd opgemerkt voor zijn moed, zelfopoffering en morele rechtschapenheid. Na de burgeroorlog wou hij het klooster binnetreden, maar hij moest voor zijn zusters zorgen, die nog ongehuwd waren. Tegen 1950 had hij voor de toekomst van zijn zusters gezorgd en kon hij zijn monastieke roeping volgen.

Hij kwam op de Athos Berg toe in 1950, eerst bij Vader Kyril, de toekomstige Abt van het Koutloumousiou Klooster en ging dan naar het Esphigmenou Klooster. In 1954 na vier jaar noviciaat, kreeg hij de monnik tonsuur en de naam Averkios. Hij was een gewetensvolle monnik, die het evenwicht wist te vinden tussen het volbrengen van zijn verplichtingen (wat contact met anderen inhield) en het bewaren van stilte, om te groeien in de kunst van het bidden. Hij was altijd bereid zijn broeders te helpen. Hij wou niet rusten als anderen nog aan het werk waren, ook al waren zijn eigen taken al volbracht, omdat hij zoveel van zijn broeders hield, zonder enig onderscheid. Bovenop zijn ascetische strijd en het gewone klossterleven, werd spiritueel verrijkt door het lezen van boeken die zijn ziel verheven. Hij las de levens van de heiligen en de ouderlingen, en vooral de Ascetische Homilieën van de Heilige Isaak van Syrië.

Kort na zijn tonsuur verliet monnik Averkios Esphigmenou en vervoegde de broederschap van het Philotheou Klooster, waar zijn oom monnik was. Hij stelde zich onder de leiding van Ouderling Symeon, die hem de kleine zalving gaf en de naam Paisios. Vader Paisios leed erg onder de gedachte dat zijn eigen spirituele tekortkomingen en gebrek aan liefde de oorzaak waren van de tekortkomingen van zijn buren en van de ziekten der wereld. Hij beschuldigde zichzelf zeer streng en strafte zichzelf om zichzelf nog meer weg te cijferen en harder te bidden voor zijn ziel en voor de hele wereld. Hij nam ook de gewoonte aan om naar “een goede reden” te zoeken voor een mogelijke schandalige gebeurtenis en de daden der mensen. Op die manier behoedde hij zichzelf ervoor over anderen te oordelen. Wanneer pelgrims naar de Athos Berg bij hem kwamen en zeiden dat ze verrast waren door het eigenaardige gedrag en de verhalen die een bepaalde monnik had verteld en hem vroegen wat er mis was met die monnik, wees hij hen erop een ander niet te veroordelen. Hij zei dat die monnik in feite zeer vroom was en maar deed alsof hij gek was wanneer ern bezoekers kwamen om aldus de stilte te kunnen blijven bewaren.

In 1958 werd aan Vader Paisios gevraagd wat tijd door te brengen in en rond zijn eigen gemeente om de gelovigen te steunen tegen de zieltjesjagerij van de Protestante groepen. Later, in 1962, bezocht hij Sinai, waar hij twee jaar verbleef. In die periode werd hij geliefd onder de Bedoeïenen, die spiritueel als materieel baat hadden bij zijn aanwezigheid. De Ouderling gebruikte het geld dat hij ontving van zijn uit hout gesneden beeldjes om voor hen voeding te kopen.

In 1964 keerde hij terug naar de Athos Berg en nam zijn intrek in de Skete van Iviron alvorens te verhuizen naar Katounakia de meest zuidelijke uithoek van de Athos Berg waar hij een korte tijd in de woestijn verbleef. Zijn tanende gezondheid was waarschijnlijk voor een deel de reden van zijn vertrek uit de woestijn. In 1966 werd er een deel van zijn longen verwijderd. Het was tijdens deze hospitalisatieperiode dat zijn lange vriendschap met de zustergemeenschap van de heilige Johannes de Theoloog in Souroti, net buiten Thessaloniki, begon. Tijdens zijn operatie had hij veel bloed nodig en het was een groep novicen van het klooster dat bloed gaf om hem te redden. Vader Paisios was zeer dankbaar, en na zijn herstel, deed wat hij kon, zowel materieel als spiritueel, om hen te helpen bij de bouw van hun klooster.

In 1968 verbleef hij in het klooster van Stavronikita waar hij zowel spiritueel als materieel hielp bij de renovatie. In die tijd kwam hij in contact met Ouderling Tikhon die in de Hermitage van het Heilig Kruis leefde, nabij Stavronikita. Vader Paisios bleef aan zijn zijde tot zijn overgang en diende hem onbaatzuchtig als een leerling. Het was in die periode dat de Ouderling Tikhon Vader Paisios hem kleedde met het Grote Schema. In overeenstemming met de wensen van de Ouderling, bleef Vader Paisios in de hermitage na zijn overlijden en woonde er tot 1979, wanneer hij naar zijn finale woonplaats trok op de Heilige Berg, de hermitage Panagouda, die toebehoort aan het Koutloumousiou Klooster.

Het was in Panagouda dat Vader Paisios naam maakte als door God gedreven ouderling wat zieke en lijdende kinderen van God tot hem bracht. Hij ontving hen de hele dag door en wijdde de nacht aan God in gebed, waakzaam en spiritueel strijdend. Zijn regime van gebed en ascetisme gef hem slechts twee of drie uur nachtrust. De zelfverloochening waarmee hij God diende en zijn medemensen, zijn veeleisendheid voor zichzelf, de strengheid van zijn regime, en zijn gevoelige natuur maakten hem steeds meer vatbaar voor ziekte. Bovenop ademhalingsproblemen, kreeg hij later nog een ernstige hernia die zijn leven zeer pijnlijk maakte. Wanneer hij, om verschillende redenen, de Heilige Berg moest verlaten (ook vaak omwille van ziekte) ontving hij urenlang pelgrims in het vrouwenklosster te Souroti. De fysieke inspanning die dat met zich meebracht in zijn reeds verzwakte toestand bezorgde hem zoveel pijn dat hij er bleek van werd. Hij droeg zijn lijden met veel goedgunstigheid, in vertrouwen dat, aangezien God weet wat best is voor ons, het nu eenmaal zo moest zijn. Hij zei dat God erg geraakt is wanneer iemand die veel lijdt dit ondergaat zonder te klagen, maar verkiest zijn energie te gebruiken om te bidden voor anderen.

Bovenop alle andere gezondheidsproblemen had hij ook nog bloedingen waardoor hij zeer verzwakt was. In zijn laatste weken voor hij de Heilige Berg verliet, verloor hij vaak het bewustzijn. Op 5 oktober 1993, verliet hij zijn geliefde Heilige Berg voor de laatste keer. Hij van plan slechts een paar dagen weg te gaan, maar in Thessaloniki werd bij hem kanker vastgesteld die meteen behandeld moest worden. Na de operatie bleef hij enige tijd om te herstellen in het hospitaal en werd dan overgebracht naar het klooster in Souroti. Ondanks zijn kritieke toestand ontving nog mensen, luisterde naar hun verhaal en troostte hen.

Vader Paisios hoopte na zijn operatie terug te keren naar de Heilige Berg, maar zijn falende gezondheid liet hem dit niet toe. Zijn laatste dagen leed hij veel pijn, maar kende ook de vreugde van de martelaren. Op 11 juli ontving hij de Heilige Communie voor de laatste maal. ’s Anderendaags gaf hij zijn ziel in Gods handen. Hij werd, zoals zijn wens was, begraven in het Klooster van de Heilige Johannes de Theoloog in Souroti. Vader Paisios wist het hart van het Griekse volk te veroveren, meer dan enig andere hedendaagse Ouderling. Veel van zijn boeken met raadgevingen werden uitgegeven, en het klooster te Souroti verrichtte een enorm werk door zijn geschriften en raadgevingen te organiseren en te bundelen in indrukwekkende volumes als een passende herinnering aan hem. Duizenden pelgrims bezoeken elk jaar zijn graftombe.

God is wonderbaarlijk tussen Zijn Heiligen. Moge wij Zijn zegen ontvangen!

APOLYTIKION – H. PAISIOS

Uit Farasa afkomstig en de roem van de Athos, en de gelijkwaardige navolger van de monniken van eeuwen her. Gelovigen vereren wij Paisius, een vat dat overvloeit van gaven Gods. Hij beschermt bij alle leed en nood en hij helpt hen, die in geloof hem aanroepen. Eer aan Hem Die u bekranst heeft, eer aan Hem die door u voor alle genezing bewerkt.

Bron:


Orthodoxe Parochie Brugge

<>

Heilige Gillis (Hl. Egidius) van Frankrijk, uit Athene, Griekenland (+721)

1 september

Heilige Gillis de Eremiet (ook Egidius) is een van de veertien heilige noodhelpers in de annalen van de Kerk. Het zou een Occitaanse eremiet-monnik zijn geweest die in 640 geboren werd in Athene en de naam Ægidius kreeg. Later een kluizenaarsbestaan in Septimanië, een Visigotische provincie in de buurt van Narbonne. Hij zou een klooster gesticht hebben in Saint-Gilles, een plaats ten westen van Arles en ten zuiden van Nîmes en er rond 720 of 724 gestorven zijn. Zijn graftombe werd een belangrijke bedevaartplaats.

Hij zou in de Provence verbleven hebben, waarna hij Rome bezocht, alvorens zich terug te trekken in een bos in Collias (ten noorden van Nîmes) bij de Gardon-rivier. Na een warm onthaal in de stad Arles zou hij zich teruggetrokken hebben als eremiet in de buurt van Saint-Gilles, ten westen van Arles, en er een klooster gesticht hebben.

Egidius zou tijdens zijn kluizenaarschap in gezelschap hebben verkeerd van een hinde, die hem van melk voorzag. De Wisigotische koning Wamba (of zijn opvolger Flavius) hield eens een jachtpartij, waarop de hinde naar de kluis van haar kameraad vluchtte, waar Wamba Egidius, getroffen door een pijl van één de jagers, ontmoette en ontroerd was door de vriendschap van Egidius en het hertje. Hij bood een plaats aan om een abdij te stichten, waarvan Egidius abt werd.

Zijn naamdag wordt gevierd op 1 september.

<>

Heilige Hildegrim bisschop van Châlons (Frankrijk) en abt van Werden (Duitsland), 
uit Nederland (+827)

 19 juni

Heilige Hildegrim van Châlons, Frankrijk, (ca. 750 – 827) was een benedictijn en bisschop van Châlons-en-Champagne, Frankrijk, vanaf 804 tot zijn dood. Hij is de broer van Heilige Liudger.

Traditioneel wordt hij beschouwd als de eerste bisschop van Halberstadt, Duitsland. Hij was zeer actief in het verspreiden van christendom in het gebied van het bisdom. Vanaf 809 was hij ook abt van Werden, Duitsland.

Hij is een orthodoxe heilige, die wordt herdacht op 19 juli.



<>


Heilige Cunera van Rhenen, Nederland (+340)

12 juni & 28 oktober

Heilige Cunera van Rhenen, ook wel Kunera van Rhenen of Sint C/Kunera van Rhenen (overleden Rhenen, 28 oktober 340), was een maagd en martelares. Zij is de beschermheilige van de Utrechtse stad Rhenen en tegen vee- en keelziekten.

Toen de heilige Ursula van Keulen en haar maagden in de vierde eeuw bij Keulen werden overvallen door de Hunnen, werd Cunera – een prinses uit York – gered door de Friese koning Radboud, die haar meenam naar zijn kasteel te Rhenen. Hier maakte ze zich spoedig zeer geliefd door haar vriendelijkheid en de zorg voor de armen rond het kasteel. Dit wekte de jaloezie van Aldegonde, de vrouw van Radboud. Toen Radboud een keer op jacht was, werd Cunera door Aldegonde gewurgd met de mooie halsdoek die Cunera nog van haar ouders had gekregen. Ze werd begraven in een veestal. Door een wonder werd de misdaad ontdekt. Radboud bekeerde zich tot het christendom.

De Utrechtse bisschop Sint Willibrord liet Cunera drie eeuwen later bijzetten. Er kwam een grote bedevaart naar Rhenen op gang.

Het feest van Cunera wordt gevierd op 12 juni.


<>

Het Kruis is de bescherming van de gehele Kosmos

Het Kruis is de bescherming van de gehele Kosmos, het Kruis is de grondvorm van de allermooiste kerk, het Kruis draagt onze gekruisigde Koning, het Kruis is onze trouwe steun, het Kruis omvat onze geclassificeerde Glorie en het Kruis is voor de demonen een trauma. Het Kruis is niet alleen het heiligste en meest succesvolle, maar tevens het onvervangbare christelijk symbool. Zonder de gekruisigde Christus zou er immers geen Kerk kunnen zijn, want door het Kruis is de dood overwonnen.


<>



Heilige Johannes Damaskenus (+749)

4 december

De heilige God-dragende vader Johannes Damaskenos (Mansoer) was de zoon van een voornaam functionaris, verantwoordelijk voor de onderworpen christenvolkeren, aan het hof van kalief Aboe Achmed te Damaskos. Zijn opvoeding, met die van zijn adoptiefbroer Kosmas, lag in handen van de even vrome als geleerde Kosmas, een Italiaanse monnik. door zijn vader uit Arabische gevangenschap vrijgekocht‚ en die later bisschop van Majuma werd. Na de dood van zijn vader volgde Johannes hem op in zijn ambt. Toen in het byzantijnse rijk opnieuw de iconenstrijd was uitgebroken, schreef Johannes een theologisch sterk gefundeerde verdediging van de verering der iconen.

Om hem buiten gevecht te stellen deed keizer Leo de lsauriër aan de kalief een vervalste brief van Johannes in handen spelen, waaruit zou blijken dat Johannes Damascus in de handen der Grieken wilde overleveren. De kalief kon aan de ene kant niet geloven dat zijn vertrouweling zulk een hoogverraad zou plegen (dan had hij hem eenvoudig weggevaagd)‚ maar bleef er toch niet geheel door onberoerd. Het resultaat was dat hij Johannes de rechterhand die deze brief geschreven had, deed afhakken.

Johannes bleef de hele nacht bidden voor de icoon van de heilige Moeder Gods, terwijl hij de afgehouwen hand tegen de armstomp gedrukt hield, en smeekte haar het hem mogelijk te maken de lof te schrijven van haar en van haar Zoon. Afgemat door pijn sliep hij in en hij zag in een droom de Moeder Gods die hem beloofde dat zijn hand genezen was. Bij het ontwaken bleek de hand vastgegroeid; slechts een ringvormig litteken verried wat er was gebeurd. Als dank voor zijn genezing liet hij een zilveren hand aanbrengen op de icoon. Deze wordt nog op de Athos bewaard als de ‘Driehandige Moeder Gods’.

Johannes trad toen in het klooster van Sabbas de Gewijde, in de woestijn van Palestina. Daar schreef hij zijn theologische werken, een systematische uiteenzetting van het orthodox geloof. Maar hij was tevens een groot dichter en hij schreef een groot deel van de nog steeds gebruikte liturgische gezangen: de Zondags-Oktoïch, de jubelende Opstandingscanon en diensten voor veel andere feesten, en de diep doorvoelde zangen van de Dodendienst. Hij is gestorven in 777, in de ouderdom van 104 jaar. (Ook wordt wel aangegeven dat Johannes leefde van 675-749.)

Bron:



ORTHODOX ASTEN

<>

Heilige Geneviève (Genoveva) de patroonheilige van Parijs, Frankrijk(+510)

3 januari

De heilige Geneviève, (Genoveva) de patroonheilige van Parijs, is in 422 te Nanterre geboren als kind van arme boeren. In haar jeugd was zij dus herderin. Toen Germanos‚ de bisschop van Parijs, daar kwam om te prediken, vertelde zij hem, als parmantig meisje van negen jaar, dat zij een aan God toegewijd leven wilde leiden. Germanos was door haar ernst getroffen en kwam opnieuw met haar in contact toen zij enkele jaren later, na de dood van haar ouders, bij haar peetmoeder in Parijs kwam wonen. Toen Geneviève 15 jaar oud was gaf hij haar de maagdenwijding‚ maar ze bleef bij haar peetmoeder wonen waar zij een leven van gebed combineerde met zorg voor de armen, die zij dagelijks ging opzoeken in de achterbuurten van de stad. Daar werd al gauw schande van gesproken, te meer daar Geneviève in visioenen had gezien hoe de Hunnen onder Attilla de stad (die toen nog Lutetia heette) zouden belegeren. De bisschop bewaarde echter zijn vertrouwen in haar, en schreef aan haar gebeden toe dat Attilla wegtrok van de belegerde stad.

Later werd de stad opnieuw belegerd‚ nu door de Franken, en er ontstond een hevige hongersnood. Geneviève wist echter een voedseltransport te organiseren en slaagde erin dit vanuit Troyes langs de Seine onopgemerkt de stad binnen te leiden. Door dit alles werd zij een invloedrijke persoonlijkheid en zij maakte daarvan gebruik om vele gevangenen te bevrijden. Zij bracht ook de bouw van de kerk ter ere van de heilige Dionyssius bij Montmartre tot stand. Bijna negentig jaar oud is zij gestorven rond 510.

Bron:



ORTHODOX ASTEN

<>

Besnijdenis des Heren

1 januari

Volgens het oude gebod (Gen.17:12) moest elk jongetje besneden worden op de achtste dag na zijn geboorte. Daarom vieren we een week na Kerstmis de besnijdenis des Heren. Het is een van de oudste feesten, reeds in de vierde eeuw vinden we bij de kerkvaders verwijzingen naar deze viering. ln het officie wordt de nadruk gelegd op de samenhang van de heilsgeschledenls: we zien een schakel tussen het Oude en het Nieuwe Verbond. De wetgever onderwerpt Zich aan de geschreven Wet, maar juist daardoor wordt een begin gemaakt met de nieuwe Wet van de Genade.

Ook in de opbouw van de feestkring van kerstmis vormt de besnijdenis een verbindende term. die aan de ene zijde het kerstfeest afsluit als voltooiing van de Geboorte, en door de kleine Godsopenbaring van het optreden van de heilige Simeon en Anna, reeds heenwijst naar de grote Godsopenbaring van Theofanie (Kol. 2:7b-12; Lk. 2:15-21, 40).

Bron:

http://www.orthodoxasten.nl/heiligen/heiligen0101.htm

ORTHODOX ASTEN

<>

De Ontslaping van de Moeder Gods

15 augustus, vieren we het feest van de Ontslaping van de Moeder Gods. Het is een groot feest, het is het “Pasen van de zomer”.

Over het overlijden en het vervolgens met lichaam en ziel in de hemel worden opgenomen van de Moeder Gods is in het Nieuwe Testament niets te lezen. In de traditie zijn wel verhalen bewaard.

Op de ikoon zijn de twee momenten te zien: het inslapen van de Moeder Gods met de apostelen rond haar sterfbed en de eigenlijke Tenhemelopneming. Bij dit laatste neemt Christus de ziel van zijn Moeder – uitgebeeld als een ingebakerd kindje – mee ten hemel.

De Moeder Gods moet ergens tussen 36 en 50 n.Chr. in Heilige Land. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven. Om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de Tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden het niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus.

In de orthodoxe landen is de Ontslaping van de Moeder Gods een hoogfeest dat ieder jaar op 15 augustus wordt gevierd.

Bron:


DEBERG ATHOS

<>

Heilige Pharaïldis van Gent, België en van Bruay-sur-l’Escaut, Frankrijk (+740)

4 januari

Heilige Pharaïldis werd door haar vader uitgehuwelijkt aan ene Guido, een wreed en jaloers man. Veerle zweerde echter bij haar maagdelijkheid en had zich aan God toevertrouwd waarbij zij elke nacht in de kerk bidden ging. Ondanks Guido’s vele woedeuitbarstingen bleef ze wel zorg dragen voor hem. Bij zijn dood was ze nog steeds maagd vasthoudend aan haar verheerlijking in God.

Heilige Pharaïldis was een groot dierenliefhebster en schonk er dan ook de nodige aandacht aan. Toen zij op een morgen de resten terugvond van een gans die zij reeds een hele poos voederde was haar verdriet groot. Zij raapte de pluimen op en de botjes, opende haar beide handen en de gans kwam weer tot leven. Pharaïldis zie je dan ook dikwijls afgebeeld met een gans.



<>

Heilige Alberik I van Utrecht, 
Nederland (+784)

21 augustus, 14 november,

27 november & 29 november

Heilige Alberik I van Utrecht, Nederland, was bisschop van Utrecht van ca. 776 tot 784. Hij werd heilig verklaard; zijn feestdag is 14 november.

Alberik was aanvankelijk waarschijnlijk verbonden aan het Karolingische hof. Uit een gedicht van Alcuinus kan in elk geval worden afgeleid dat hij goede contacten onderhield met het hof. Na de dood van zijn oom, abt Gregorius van Utrecht, volgde hij deze op als hoofd van het kathedrale klooster in Utrecht en bestuurder van het bisdom. Hij vergezelde Karel de Grote in 776 naar Rome en vermoedelijk in 777 werd hij in Keulen tot bisschop gewijd. Met zijn benoeming begint het bisdom Utrecht als een vaste zetel met een gevestigde organisatie. Hij werd volgens de overlevering in de abdij van Susteren begraven.

Zijn gedenkdag is op 27 of 29 november.


<>

Heilige Dermot van Inchcleraun Eiland en Lough Ree, Ierland (+542)

10 januari

Heilige Dermot (ook Diarmis of Diarmaid) (+ c. 542) was een Ierse geestelijke. Hij was de stichter van het klooster van Innis-Closran (of Inchcleraun) in Ierland en werd er abt. Hij werd geestelijk leidsman van de heilige Kiernan van Clonracnois eilanden. Diarmaid bouwde 7 kerken op het Quaker Island.

Zijn feestdag is op 10 januari.


<>

Theofanie

Christus werd gedoopt in de rivier de Jordaan

Feesttroparion

Toen Gij gedoopt werd, o Heer, in de Jordaan
werd de aanbidding van de Drie-eenheid geopenbaard,
want de stem van de Vader heeft van U getuigd,
en noemde U Zijn geliefde Zoon,
en de Geest in de gedaante van een duif,
bevestigde de waarheid van dit woord,
Gij zijt verschenen, Christus onze God,
en hebt de wereld verlicht, eer aan U.



<>

Heilige Abel van Adam en Eva

Feestdag: Een zondag voor Kerstmis

Kaïn en Heilige Abel waren de twee oudste zonen van Adam en Eva.

Kaïn, de oudste van de twee, was landbouwer; Abel was schaapherder. Kaïn doodde zijn broer, omdat God Abels dieroffer wel aannam, maar het offer van Kaïn, een deel van de oogst van het land, niet. In afbeeldingen wordt vaak getoond dat de rook van Abels offer opstijgt en de rook van Kaïn niet. Hoewel jaloezie voor de hand ligt, vermeldt het verhaal (in Genesis 4) geen reden voor de broedermoord, noch voor Gods voorkeur.

God vraagt Kaïn waar zijn broer is, waarop deze antwoordt met “Ben ik mijn broeders hoeder?” Om zijn daad wordt Kaïn door God vervloekt en verdoemd tot zwerven (Gen. 4:11). Desondanks brengt God op Kaïn een “teken” aan, zodat niemand hem kwaad zal doen. Zijn eventuele moord zal zevenvoudig worden gewroken, belooft God. Kaïn trekt naar “het land Nod, ten oosten van Eden” (Gen. 4:16); nod is echter Hebreeuws voor “zwervende”, wat kennelijk impliceert dat met dit woord niet de naam van een land wordt bedoeld, maar de doelloosheid waarmee Kaïn in eerste instantie de wereld in trok. Later sticht Kaïn een stad, de eerste die in de Bijbel genoemd wordt, die hij naar zijn zoon Henoch noemt.

In de Bijbel wordt Kaïn getekend als een waarschuwing tegen de zonde en de gevolgen ervan. In de kunst is de dood van de onschuldige Abel vaak verbeeld als voorafschaduwing van de dood van Christus. In het Nieuwe Testament wordt Abel genoemd in de brief aan de Hebreeën 11:4, die een verklaring biedt voor Gods voorkeur voor Abels offer:

Door zijn geloof heeft Abel God een offer gebracht dat beter was dan dat van Kaïn. Om zijn geloof verklaarde God hem rechtvaardig en aanvaardde hij zijn gaven. Door zijn geloof blijft Abel spreken, ook na zijn dood.


<>

Heilige Bernoldus / Bernord bisschop van Utrecht, Nederland (+1054)

19 juli

Heilige Bernoldus, ook genaamd Bernold, Bernulf, Benno of Bernulphus (gestorven in Utrecht, 19 juli 1054) was bisschop van Utrecht van 1027 tot 1054. Hij wordt als heilige vereerd en is de patroonheilige van Oosterbeek.

Over de herkomst van Bernoldus is weinig met zekerheid bekend, maar er zijn wel nog legendes van in omloop. Als rijksbisschop stond hij in dienst van de Duitse koningen en keizers, die op hun beurt het bisdom Utrecht met vele privileges en goederen begunstigden. Onder Bernoldus kende het wereldlijk gezag van de Utrechtse bisschop zijn grootste omvang.

Gedurende zijn episcopaat stierf keizer Koenraad II tijdens een verblijf in Utrecht in 1039, waarop diens ingewanden in de Domkerk werden bijgezet. De zoon en opvolger van Koenraad, Hendrik III, overlaadde het Utrechtse bisdom daarna met gunsten. Zo werd het Oversticht aan de bisschop toegewezen. Wellicht is Hendrik degene geweest die opdracht gaf tot het bouwen van een kerkenkruis in Utrecht rondom het hart van zijn vader. Bisschop Bernoldus geldt in elk geval als de stichter van de Sint-Pieterskerk. Daarnaast wordt hij gezien als stichter van een nieuwe Lebuïnuskerk in Deventer en wellicht ook van een nieuwe Sint-Maartenskerk in Emmerik.

Bernoldus werd na zijn dood in het koor van de Pieterskerk bijgezet.

Hij wordt voorgesteld met een romaanse kerk met twee torens in de hand. De naamdag is 19 juli.


<>


Synaxis van de Heilige Aartsengel Michaël en alle Onlichamelijke Krachten

8 november

Synaxis van de heilige aartsengel Michaël en alle onlichamelijke krachten. De naam Michaël betekent: “Wie is als God?” Hij wordt daarom gezien als de engel met het vlammend zwaard die Adam uit het paradijs verdreef, nadat deze als God had willen zijn. Om dit zwaard herkennen wij hem ook als de engel die Jozua tegemoet trad bij Jericho‚ en die zich noemde: “Aanvoerder van Gods Kracht” (Joz. 5: 14). Zijn naam wordt herhaaldelijk genoemd in de profetieën van Daniël (10: 13, 10: 21, 12: 1) als de grote Vorst, de Beschermer van Gods volk. In de Judas-brief heet hij: de Aartsengel Michaël (Jud. 9). Het Boek der Openbaring noemt opnieuw zijn aanvoerderschap: “Michaël en zijn engelen streden tegen de draak …” (Opb. 12: 7). Om dit alles vereren wij de heilige aartsengel Michaël als de beschermer van de kerk.

In de 4e eeuw heeft de kerk reeds deze “samenviering, synax” gevierd, in de 9e maand van de 9 koren der engelen: de zesvleugelige serafijnen, de cherubijnen met de vele ogen, de God-dragende tronen, de heerschappijen, de krachten en machten, de vorstendommen, aartsengelen en engelen.

Uit de overlevering zijn de volgende namen bekend: Michaël – ‘Wie is als God?’ Gabriël – ‘de held Gods’, “die voor Gods aangezicht staat” (Lc. 1: 19), gezonden tot Zacharias, de vader van de heilige Johannes de Doper‚ en tot de Maagd Maria, voor de vleeswording van Gods Zoon (Lc. 1: 26); Rafaël – ‘God geneest’ (Tob. 3: 17); Uriël – ‘Vuur (Licht) Gods’; Salathiël – ‘Gods aanbidder’; Jegudiël – ‘Gods verheerlijker’; Barachiël – ‘Gods zegen’; en Jeremiël – ‘Gods verheffing’.

Verder wordt in de Heilige Schrift op bijna 300 plaatsen gesproken over ‘engelen’ in het algemeen. Er is een sterk besef dat ons zichtbaar heelal ingebed ligt in een nog veel grootsere geestelijke werkelijkheid, waar de engelen de uitvoerders zijn van Gods plannen, en waarvan een aantal rechtstreeks betrokken zijn bij het leven der mensen.

Daarom worden ook in de gebeden van de kerk voortdurend de engelen genoemd; in de Goddelijke Liturgie voelen wij hen zeer nabij. Wij vragen God of Zijn engelen met ons meetrekken bij de Intocht, en in de cherubijnenhymne mogen wij hen uitbeelden. Wij zingen het engelen-lied van het Driemaal Heilig, en mogen het triomflied zingen met het machtige koor van “duizenden aartsengelen en myriaden engelen, de cherubijnen en de gevleugelde serafijnen”.

Bron:



ORTHODOX ASTEN

<>

Heilige Albanus (Albaan) van Engeland, eerste Britse christelijke martelaar (+250)

22 juni

Heilige Albanus (Albaan) van Engeland, ook wel Albanus van Verulamium genoemd, was een 3e-eeuwse Engelse heilige. Hij was de eerste Britse christelijke martelaar. Zijn feestdag is 22 juni. De Engelse plaats St Albans is naar hem vernoemd.

De vroegst bekende bron over Albanus is de hagiografie over Germanus van Auxerre door Constantius van Lyon, geschreven rond 480. Gildas schreef over Albanus in zijn De Excidio Britanniae (6e eeuw).

Volgens de 8e-eeuwse Historia ecclesiastica gentis Anglorum van Beda was Albanus een inwoner van de Brits-Romeinse stad Verulamium, nu St Albans, iets ten noorden van Londen. Albanus bekeerde zich tot het christendom en werd hiervoor onthoofd op een heuvel boven de stad. Volgens Beda vond deze executie ergens na het jaar 303 plaats. Nieuw onderzoek door de Britse historicus John Morris wees echter op het jaar 209, tijdens de vervolging van christenen door de Romeinse keizer Septimius Severus. Andere historici plaatsen de gebeurtenis ergens in de jaren 250.

Albanus zou onderdak hebben gegeven aan een christelijke priester die op de vlucht was voor de Romeinen, en werd door deze priester bekeerd tot het christendom. Albanus wisselde met hem van kleren en werd in plaats van de priester gearresteerd en onthoofd op een heuvel aan de overkant van de Ver, de rivier waaraan Verulamium lag.

Op de plek waar de executie volgens de overlevering zou hebben plaatsgevonden werd eerst een kerk en vervolgens, in de 8e eeuw, een klooster gesticht dat aan de heilige Albanus gewijd was.

Het Sint-Albanuskruis is een christelijk kruissymbool. Het is een vlag met een diagonaal kruis in geel op een blauwe achtergrond. Het was onder meer de vlag van het Angelsaksische koninkrijk Mercia.


<>

70 Heilige Apostelen

4 january

In het tiende hoofdstuk van zijn Evangelie verhaalt de heilige Lukas hoe de Heer naast de twaalf apostelen nog zeventig leerlingen uitkoos om Zijn komst aan te kondigen in alle steden en plaatsen waar Hij zelf wilde komen. Wij vinden hen later terug onder de honderdtwintig die na de hemelvaart van Christus in Jeruzalem bijeen waren in afwachting van de komst van de Heilige Geest (Hand. 1:15). Onder hen werd de plaatsvervanger van Judas gekozen, en later de zeven diakens; maar allen namen deel aan het werk der apostelen, zodat zij ook zelf met die eretitel werden bekleed. Hun namen vinden we in het boek der Handelingen en in de brieven van de apostelen. Het getal zeventig (of twee en zeventig) heeft meer een symbolische waarde. Door het combineren van verschillende bestaande lijsten komt men tot een totaal van zes en negentig, die elk hun eigen feestdag hebben in de loop van het kerkelijk jaar.

Bron:



ORTHODOX ASTEN


<>

Het Heilige Kruis heeft Zichzelf (Jezus Cristus)

Het Heilige Kruis heeft Zichzelf (Jezus Cristus) geopenbaard als de enige weldoener en Heiland, Verlosser en Levenschenker van het universum en draaide uiteindelijk het werk van de duivel om, zijn methoden en listen, zijn drogredenen, zijn vernietigende kracht en macht waarmee hij zijn volgelingen onderdrukt.


<>

Heilige Serafim van Sarov (+1833)

2 januari

De heilige Serafim van Sarov is een van de grootste Russische heiligen en nog wel bijna uit de moderne tijd. Prochor Misjnin werd geboren als zoon van een aannemer te Koersk‚ in 1759. Toen hij twintig werd, trad hij in het klooster van Sarov en kreeg toen de naam Serafim. Veertien jaar later werd hij priester gewijd terwijl hij uitgroeide tot een groot mysticus, in wie het leven van de oude woestijnvaders opnieuw gestalte kreeg. Zestien jaar leefde hij in volstrekte eenzaamheid, diep in het maagdelijke Russische woud, waar hij bomen velde, een moestuin aanlegde, de Heilige Schrift overwoog en de Vaders bestudeerde, onder onophoudelijk gebed. Alleen zondags ging hij voor de Heilige Liturgie naar het klooster, waar hij zich ook een half jaar moest laten verplegen nadat hij door een groep zwervers in elkaar was geslagen. Na zijn genezing trok hij weer naar de eenzaamheid terug en pleegde nog zwaardere ascese. Dagenlang bleef hij staan bidden op een hoog rotsblok, zoals eens de zuilheiligen. Maar zijn gezondheid was toch geknakt en toen hij vijftig jaar oud was, bezat hij niet meer de kracht om de wekelijkse tocht naar het klooster te maken. Daar kreeg hij toen een afgelegen cel, waar hij nog vijf en twintig jaar als recluus geleefd heeft tot zijn dood in 1833.

Maar dit zo verborgen leven straalde als een vuurtoren over het Russische land en later over heel de wereld. Een stroom van zoekenden kwam naar hem toe om hulp in lichamelijke en geestelijke nood. Ook gaf hij leiding aan een zustergemeenschap in het naburige Divejevo. Zo sterk leefde hij in de Heilige Geest dat verschillende van zijn visioenen ook door anderen, die juist bij hem waren, werden meebeleefd. Grote bekendheid geniet het verslag van zulk een visioen door de handelaar Nikolai Motovilov‚ een trouw bezoeker die door de heilige Serafim van langdurige kwalen genezen was. ln 1903 werd Serafim officieel heilig verklaard door de Russische Kerk.

Bron:


ORTHODOX ASTEN

<>

Er kan geen liturgische 
praktijk of congregatie van gelovigen bestaan zonder het zegel van het Heilig Kruis

Er kan geen liturgische praktijk of congregatie van gelovigen bestaan zonder het zegel van het Heilig Kruis. Het Groot en Heilige Kruis is de trouwe metgezel geworden van ieder [orthodox]-christelijke gebeurtenis, vanaf het moment dat je geboren wordt, totdat we sterven. En het graf van Christen wordt gezegend met het Kruis.

En de Kerk zingt vandaag:

“Heer, redt Uw Volk en zegen Uw erfdeel en bescherm Uw Gemeente door Uw Kruis”.


<>

De Verkondiging aan de Moeder Gods

25 maart

Verkondiging  is het feest van het begin van het aardse leven van de Verlosser, het eerste ogenblik van de vleeswording van het goddelijk Woord, de Zoon van God. De Heilige Geest overschaduwt de Maagd Maria nadat deze haar toestemming gegeven had, en nu vloeit het goddelijk leven op deze plek naar binnen in de gehele mensheid. Op de meest radicale manier zoekt God het één worden met het menselijk geslacht, dus met ieder van ons. Want wij zijn niets slechts menselijke individuen, wij vormen een samenhangend geheel, een totaliteit. En juist daardoor is het mogelijk dat wij werkelijk verlost worden door dit handelen van God, het gaat ons rechtstreeks, persoonlijk aan, er is een directe verbinding tot stand gekomen, precies in ons vlees. God trad de mensheid binnen, Hij werd mens, geheel en al, maar daardoor heeft Hij de mensheid als het ware geïnfecteerd met Zijn Godheid. Wij zijn niet meer op dezelfde manier mens als vóór de komst van Christus, er is een volkomen nieuwe mogelijkheid in ons neergelegd, een oneindige horizon is voor ons ontsloten: wij mogen kinderen worden van God, wij zijn geroepen om broeders en zusters te zijn van de Zoon van God, Die ons daarom leerde bidden: Onze Vader!

Deze wonderbare werkelijkheid gaat elke aardse en menselijke maat en bevattingsvermogen volkomen te buiten: alleen een reeks van wonderen kon dit tot stand brengen. De goddelijke oneindigheid wordt besloten in een vrouwenlichaam; de almachtige Schepper wordt een passief klompje vlees, groeiend volgens de wetten der stoffelijke natuur; Hij Wiens aanblik voor elk schepsel dodelijk moet zijn, verbindt Zich tot één geheel met het lichaam waarin Hij te gast komt; Hij Die het heelal met de kracht van Zijn Wezen vervult, is nu aanwezig op een bepaald plekje in de stof; de eeuwige, Beginloze, begint nu te leven; de allesbeheersende Gebieder wordt een hulpeloos kind.
Niet zonder reden wordt het Woord vlees in een maagd. Hij is immers geheel en al Zoon van de hemelse Vader! Er zou een gebrokenheid zijn als Hij ook een aardse vader zou bezitten. Uit deze Ontvangenis door de overschaduwing van de Heilige Geest over een maagd zien wij op de duidelijkste wijze Zijn God-menselijke werkelijkheid: terwijl Hij volkomen mens wordt, blijft Hij geheel en al God. Zijn geboorte is daarom ook het gevolg van een initiatief van de kant van God, niet de bezegeling van wat in het menselijk verkeer toch altijd min of meer een toevalskarakter draagt. De belangrijkste grond is wel dat het hier niet gaat om het ontstaan van een nieuwe menselijke persoon, zoals dat bij een gewone geboorte het geval is. De persoon van Christus is niemand anders dan de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid. Deze bleef Zichzelf gelijk, maar begon nu een menselijk bestaan.

Daardoor is in Hem het goddelijke zo volkomen verbonden met het menselijke; daardoor heeft Hij werkelijk de Godheid in de mensheid binnengebracht; daardoor konden wij ook wezenlijk worden verlost. En met aangrijpende schoonheid worden deze werkelijkheden tot uitdrukking gebracht in de zangen van het feest.

In Griekenland wordt deze dag ook gevierd als Bevrijdingsdag, omdat bisschop Germanos van Patras op deze dag in het jaar 1821 het teken gaf voor de opstand tegen het Turkse bewind.

Bron:



ORTHODOX ASTEN

<>

Heilige Abraham (Abramius) bisschop van Arbela in Assyrië (+348)

4 februari

De heilige Abraham van Arbela (ook bekend onder de naam Abramius) (? – Telman, ca. 348) was een bisschop van Arbela in Assyrië (Perzië), het huidige Erbil in Irak.

Over zijn leven is weinig bekend. Hij werd gemarteld en later onthoofd onder Shapur II omdat hij weigerde om de zon in Telman (Perzische Rijk, nu Azerbeidzjan) te aanbidden.

Zijn feestdag valt op 4 februari.

<>

Wat zijn serafim? Zijn serafs engelen?

De serafim (vurigen, brandenden) zijn engelen die geassociëerd worden met het visioen van God dat de profeet Jesaja in de Tempel had, toen God hem riep om zijn profetische bediening te beginnen (Jesaja 6:1-7). Jesaja 6:2-4 verhaalt: “Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook”. Serafs zijn engelen die God onophoudelijk aanbidden.

Jesaja hoofdstuk 6 is de enige plaats in de Bijbel waar de serafim specifiek genoemd worden. Elke seraf had zes vleugels. Ze gebruikten er twee om te vliegen, twee om hun voeten te bedekken, en twee om hun gezichten mee te bedekken (Jesaja 6:2). De serafim vlogen rond de troon waar God op zat, terwijl ze lofliederen aan hem zongen waarmee ze de aandacht richtten op Gods glorie en majesteit. misschien beter: Deze wezens waren blijkbaar ook degenen die Jesaja reinigden toen hij zijn profetische bediening begon. Één van hen plaatste een gloeiende kool tegen Jesaja’s mond met de woorden: “Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan” (Jesaja 6:7). Serafim, net als de andere soorten engelen, zijn volledig gehoorzaam aan God. Net als de cherubim, zijn de serafim er voornamelijk op gericht God te aanbidden.

Bron:

C. Fred Dickason, Angels: Elect & Evil, Revised, MOODY PUBLISHERS / 1995 / PAPERBACK

<>

Heilige Ansried van Utrecht, 
Nederland (+1010)

3 mei

Heilige Ansfried, Ansfridus of Aufridus (ook: Ansfried de jongere, Ansfridus van Leuven, Ansfridus van Utrecht) (Leuven, ca. 940 – Klooster Hohorst bij Leusden, 3 mei 1010) was een edelman in het Heilige Roomse Rijk. Tot 995 was hij graaf van Hoei; daarna werd hij bisschop van Utrecht. Ook is hij de stichter van kloosters in Thorn (990) en Hohorst in Leusden. Hij is heilig verklaard en wordt gevierd op zijn sterfdag, 3 mei.

Levensloop

Ansfried werd ca. 940 geboren binnen een Lotharingse adellijke familie. Algemeen wordt aangenomen dat zijn vader Lambertus heet. Eerst werd hij door zijn oom Ruotbert van Trier, aartsbisschop van Trier van 931 tot 956, onderwezen in het kerkelijke en het wereldlijke recht. Daarna kreeg hij van aartsbisschop Bruno van Keulen een militaire opleiding.

Ridder en graaf

Hij trok mee met koning Otto I, toen deze in 961 Rome belegerde om zich daar tot keizer te laten kronen. Na met aartsbisschop Bruno in Italië te zijn geweest, huwde hij in 966 met Hereswint (Hilsondis, Hildewaris) en samen stichtten ze de abdij van Thorn. Van Hereswint waren mogelijk de grote bezittingen afkomstig, die de abdij later bezat in de baronie van Breda en Geertruidenberg. Hun dochter, Benedicta, werd hierin de eerste abdis. Ansfried werd graaf van Hoei en kwam bekend te staan als de ridder met het grote gevoel voor rechtvaardigheid, die met harde hand struikrovers opjoeg en in het nauw bracht. Hij werd geroemd om zijn karakter. Hij was een geletterd man, en velen kwamen daarom bij hem om raad te vragen.

Na een huwelijk van enkele jaren legden de echtgenoten uit vroomheid de gelofte van kuisheid af. Zij maakten zich steeds meer vrij van de aardse goederen en gaven aanzienlijke giften aan de kerken en kloosters. Hereswijt trad in het klooster.

Bisschop

Na de dood van zijn vrouw in 994 wilde ook Ansfried zich als eenvoudig monnik terugtrekken in een klooster, maar keizer Otto III deed een dringend beroep op hem toe te treden tot de geestelijke stand en de vacante bisschopszetel van Utrecht te bezetten. Aanvankelijk weigerde Ansfried, ook omdat hij al oud was, maar mede na aandrang van de bisschop van het prinsbisdom Luik accepteerde Ansfried de benoeming. Hij werd tot bisschop gewijd in de Dom van Aken. Daar legde hij zijn zwaard op het Maria-altaar en nam de bisschoppelijke waardigheidstekenen in ontvangst. Zijn graafschap schonk hij aan het prinsbisdom Luik. Door zijn spaarzaamheid en de grote rijkdom die Ansfried had meegebracht, groeide het bezit en de macht van zijn bisdom in deze tijd sterk. Naast een militaire carrière onder keizer Otto III diende Ansfried ook onder keizer Hendrik II, die net als Ansfried later werd heilig verklaard.

Maar in tegenstelling tot wat in die tijd gebruikelijk was, concentreerde Ansfried zich voornamelijk op de geestelijke kant van zijn functie. De wereldlijke macht die een bisschop in zijn tijd ook bezat, interesseerde hem gaandeweg steeds minder. Zijn geloof had van hem een pacifist gemaakt. Reeds omstreeks 1000 was bij Amersfoort op zijn initiatief het benedictijnenklooster de Hohorst gesticht door monniken van Sint-Vitus te Gladbach, die hij daar een abdij en kapel liet bouwen. Zijn militaire carrière liep noodgedwongen ten eind toen hij op latere leeftijd blind werd. Zijn vroomheid dwong veel respect af. Hij had zo’n gezag als bisschop dat zelfs de Noormannen bij hun strooptochten van 1006 en 1007 de plaats Utrecht zouden hebben gespaard. Volgens de legende zagen zij uit achting voor de bisschop af van een aanval op de burcht Trecht, waarin de bevolking zich had verschanst.

Heiligenberg

Toen Ansfried rond 1005 blind begon te worden, verruilde hij het fijne bisschopskleed voor een eenvoudig grof geweven kleed. Een bisschop die vaak vastte, droeg sowieso altijd een boetekleed onder zijn andere kleding. In 1006 liet hij op de Hohorst bij een beek een monnikencel bouwen. Deze plaats, later bekend als de Heiligenberg, lag aan de oostkant van een moerasachtige rivierarm (thans de Heiligenbergerbeek en het Zwanewater) op circa 20 kilometer hemelsbreed van Utrecht. De Heiligenberg met de directe omgeving heeft nu, 1000 jaar later, de status van Archeologisch Rijksmonument, vanwege aanwezigheid van de resten van het 11e-eeuwse kloostercomplex Hohorst en de resten van het 17e-eeuwse landhuis Heiligenberg.

Monnik

Vanaf 1006 verbleef hij afwisselend in Utrecht, waar hij zijn bisschopstaken vervulde en op de Heiligenberg, waar hij als monnik leefde. In Utrecht verpleegde hij vooral zieken. Zijn bezittingen stelde hij ter beschikking aan de armen, van wie hij er, naar men zegt, dagelijks 72 aan tafel uitnodigde. Ook is het verhaal bekend dat hij een melaatse waste, hem in zijn eigen bed te slapen legde en hem de volgende dag met schone kleren weer op pad stuurde. Zijn blindheid belemmerde hem blijkbaar niet in deze activiteiten, hij was zelfs blij dat hij door die blindheid al hier op aarde boete kon doen voor zijn zonden.

Dood

Toen Ansfried zijn dood voelde naderen, liet hij zich naar de Hohorst brengen. Hier lag hij van kerstdag 1009 tot op de dag van zijn dood, 3 mei 1010, te bed. Ondanks zijn blindheid zag hij vlak voor zijn sterven een lichtend kruis in zijn kamer. Hij sloeg een kruisteken en stierf. De monniken wilden Ansfried in de abdij begraven, hij was daarvan immers de stichter en daarbij was hij in een geur van heiligheid gestorven.

Begrafenis

De Utrechters vonden echter dat de bisschop van Utrecht in Utrecht begraven moest worden. Toen ze hadden gehoord van Ansfrieds overlijden, kwamen ze direct met een grote, goedbewapende groep bij Benedicta om Ansfrieds lijk te halen. Benedicta wilde echter dat haar vader op Hohorst zou begraven worden en hoe de Utrechters ook smeekten, Benedicta bleef bij haar beslissing. Toen brak er echter plosteling brand uit op de heuvel waar net de sarcofaag naartoe werd gebracht. Gebruikmakend van de verwarring die daardoor ontstond, ontvreemden de Utrechters het lijk van Ansfried en brachten het in een bootje naar de overkant van de Eem. De Utrechters die niet meer in het bootje pasten, gingen er wadend en zwemmend achteraan.

De monniken van de Hohorst zagen dit en grepen direct de wapens. Er dreigde een vechtpartij uit te breken tussen de kanunniken uit Utrecht en de monniken van de abdij. Ansfrieds Benedicta, wierp zich echter tussen de beide partijen en smeekte geen bloed te vergieten over haar vaders lijk. Ze gaf de Utrechters toestemming haar vader in Utrecht te begraven. Met een boot werd Ansfrieds lichaam over de Rijn naar Utrecht gebracht, waar hij in de Dom werd begraven.


<>

Heilige Basilius de Grote bisschop van Caesarea in Cappadocië, Klein-Azië (+379)

1 januari

De heilige Basilius de Grote stamde uit een geslacht van martelaren en werd geboren kort nadat de vrede tussen kerk en staat gesloten was. Het was een gezin waarvan niet minder dan vier kinderen tot de grote heiligen behoren: Makrina en haar broers Basilius, Gregorius van Nyssa en Petrus van Sebaste. Basilius, geboren in 329 en niet ouder geworden dan 50 jaar‚ was zulk een imponerende persoonlijkheid dat hij reeds tijdens zijn leven ‘de Grote’ werd genoemd.

Toen hij als kind scheen te sterven aan een zware ziekte, beloofden zijn ouders hem aan de dienst van God te wijden wanneer hij genezen zou. Na zijn opvoeding in Caesarea voltooide hij zijn studie in Athene‚ toenmaals het centrum van beschaving. Daar leerde hij een medestudent Gregorius kennen, die evenzeer met al zijn kracht ernaar streefde om werkelijk christen te zijn, en deze twee werden alspoedig door een innige vriendschap verbonden. Na zijn studie werkte Basilius enige tijd als leraar, maar al spoedig volgde hij het voorbeeld van zijn heilige zuster Makrina, en trok zich, samen met Gregorius, in de eenzaamheid terug. Hij dacht diep na over het monniksleven, maakte grote reizen om de monniken van Egypte, Palestina en Mesopotamië te bezoeken, evenals de kerken van Alexandrië, Jeruzalem en Antiochië. Zo stichtte hij zijn kloostergemeenschap in de buurt van het tegenwoordige Niksar. Reeds enkele jaren later, nog vóór 360‚ had zich daar een groep monniken gevormd. Het leven was er uiterst streng en zij leden grote armoede. Slechts aan de hulp van Basilius’ moeder Emilia was het te danken dat ze niet van honger gestorven waren, schrijft Gregorius later.

Slechts enkele jaren heeft Basilius dit rustige leven geleid: de nood van de kerk die door geloofstwisten verdeeld werd, drong zich te zeer op aan zijn geest. Hij ging terug naar de stad, waar hij priester gewijd werd in 364, en nam de strijd op tegen de ariaanse ketterij. Reeds toen zag men hem als de eigenlijke bestuurder van de kerk in Caesarea, en na de dood van bisschop Eusebius in 370 was Basilius de aangewezen opvolger. Met een enorme energie heeft hij de resterende negen jaren van zijn leven gewerkt. Hij is een van de geweldigste figuren onder de kerkvaders door de diepte van zijn theologisch inzicht, door zijn grote geleerdheid die zich breed uitstrekte over alle terreinen van de menselijke kennis, door de ernst waarmee hij deze inzichten ook in zijn eigen leven tot gelding bracht, door zijn grote organisatorische gaven, en door zijn meeslepende welsprekendheid.

Voor zijn stadsgenoten bouwde hij ziekenhuizen, een melaatsentehuis, werkinrichtingen, gasthuizen, kerken en woningen in zulk een omvang, dat men zelfs sprak over de ‘Basiliusstad’. Zijn intense bestudering van de Heilige Schrift kwam tot leven in preken en commentaren, tegelijk populair en wetenschappelijk. Zijn beroemde serie toespraken over de schepping, de Hexameron (het zesdagenwerk), leert ons veel over de stand van de natuurwetenschappen in die tijd. Zijn brieven met raadgevingen werden overgeschreven en overal verspreid, en worden ook nu nog uitgegeven. Hij was metropoliet over heel Cappadocië, met nog vijftig kleine bisdommen onder zich, en ook daardoor had hij veel invloed. Met gloed bestreed hij de dwaalleer der Arianen die de Godheid van Christus loochenden en daardoor het wezen van de kerk vernietigden. Deze rationalistische leer werd door veel keizers en machthebbers gesteund, waardoor het gevaar nog veel dreigender werd; een energieke verdeding van de waarheid was dringende noodzaak.

Daarbij komt nog zijn betekenis voor de ontwikkeling van het monnikswezen. Basilius zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk leven omdat dit veel gemakkelijker recht doet aan de grondgedachte van het christen-zijn dan het meer individuele kluizenaarsleven. Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij na vijf jaar tot bisschop was gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei kloostergemeenschappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch leven. De verzameling van deze brieven wordt wel de Basilius-regel genoemd, en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen.

Ook op liturgisch gebied was hij actief. Een bepaalde wijze van viering draagt zijn naam en nog steeds voltrekken we op de zondagen van de Grote Vasten, op de vigiliedagen die voorafgaan aan de feesten van de Heer, en op deze dag de Basilius-Liturgie. Deze onderscheidt zich vooral door de uitvoerige eucharistische canon, die in bezielde taal heel de loop van het heilswerk schildert. ln allerlei opzichten hebben wij dus veel aan deze vader onder de heiligen te danken, en in de dienst van deze dag wordt zijn gedachtenis dan ook op unieke wijze gemengd met het feest van de Heer. Hij is gestorven in 379.

Bron:



ORTHODOX ASTEN

<> 

Heilige Nektarios van Egina eiland, Griekenland (+1920)

9 november

De Heilige Nektarios werd geboren uit arme ouders in 1846 in Thracië (Klein-Azië). Reeds jong bleek bij hem naast liefde voor de kerk een echte studiezin, en zijn ouders deden daarom alles om hem voor zijn studie naar Constantinopel te kunnen sturen toen hij 14 jaar oud was. Daar verdiende hij de kost bij een ver familielid als magazijnbediende, en hij werd ook wel geholpen door welwillende christenen. Er leefde in hem een zendingsdrang. Op het pakpapier van de voorwerpen die hij verzenden moest, schreef hij spreuken van de Woestijnvaders, waardoor hij zelf getroffen was gewest. Elke dag schreef hij zoveel mogelijk van deze spreuken op deze vellen, in de hoop dat de klanten ze uit nieuwsgierigheid zouden lezen en er iets goed van zouden opsteken.

Reeds toen legde hij de grondslag voor zijn grote geleerdheid. Grote delen van de nacht en elk vrij ogenblik van de dag bestede hij aan het bestuderen van de Vaders. Toen hij 21 was, kreeg hij een betrekking als onderwijzer op het eiland Chios. Zijn geestelijk leven verdiepte zich, en hij wilde zich geheel aan Christus geven. Hij werd daarom monnik, toen hij 30 jaar oud was, in het beroemde klooster Nea-Moni, en ontving de naam Lazaros (zijn doopnaam was Anastasios), en later Nektarios. Zijn deemoed, gehoorzaamheiden en buitengewone zachtmoedigheid maakten hem al spoedig bemind bij heel de gemeenschap, die hij diende als diaken. De financiële hulp van enkele weldoeners stelde hem in staat in Athene zijn theologische studies te voltooien in 1885.

Nektarios was toen bijna 40 jaar en werd naar Alexandrië gezonden waar hij in 1886 priester gewijd werd, en korte tijd later, in 1889, metropoliet van Pentapolis (Opper-Libië). Hij kreeg de opdracht om te prediken en werd als vertegenwoordiger van de patriarch naar Caïro gezonden, waar hij al spoedig de genegenheid won van het volk. En de mensen zeiden onder elkaar: “Dat zou nu eens een waardige opvoiger zijn voor de patriarch!”

Juist dit werd hem echter noodlottig: jaloezie bracht sommige priesters ertoe hem te belasteren bij de patriarch. Zonder enig onderzoek zette deze hem toen in 1890 af als bisschop waarbij tegelijk zijn salaris werd ingehouden. Omdat Nektarios nooit gespaard had, maar steeds alles had weggegeven, kwam hij tot grote armoede. Na een jaar vergeefs wachten op eerherstel, moest hij naar Constantinopel terugkeren. Zijn oorspronkelijke gedachte om naar de Athos te gaan liet hij varen, omdat hij zich geroepen wist tot het werk onder de gewone gelovigen.

Na deze periode van honger lijden kreeg hij weer een opdracht als prediker in 1891. Zijn innige vroomheid en grote welsprekendheid maakten dat hij van alle kanten uitnodigingen ontving om te komen preken. Hierdoor werd hij ook in 1894 directeur van een opleidingsinstituut voor priesters in Athene. Deze school wist hij spoedig tot hoog moreel en intellectueel peil op te verheffen. Daarnaast bleef hij preken voor het volk. Zelf leidde hij daarbij het armoedige leven van een strenge monnik. Dit had invloed op een aantal jonge mensen, en tussen 1904 en 1907 stichtte hij met een aantal gelovige meisjes een klooster op het eiland Egina, waar hij zich later, toen hij gepensioneerd werd, zou gaan terugtrekken.

Door het ontbreken een financiële grondsiag kostte dit stichtingswerk ontzaglijk veel moeite, en het putte hem lichamelijk volkomen uit. Maar rondom hem begonnen allerlei wonderlijke dingen te gebeuren: plotselinge genezingen, regen gedurende een vernietigende droogte, troost in de moeilijkste omstandigheden. Zijn liefde tot God en zijn hartelijke liefde voor ieder die hij ontmoette, trok een menigte mensen onweerstaanbaar tot hem aan. In de moeilijke tijd na de eerste wereldoorlog verbood hij zijn monialen met de grootste nadruk om ook maar enige voorraad aan te leggen, maar alles wat zij ontvingen direct uit te delen aan de behoeftige.

In 1899 werd hij uitgenodigd zich kandidaat te stellen voor de patriarchale troon van Alexandrië. Nektarios ging erheen, maar toen hij bemerkte dat de geestelijkheid een andere kandidaat uit hun eigen rangen wilde pousseren, ging hij onmiddellijk terug naar Athene, want hij wilde in geen geval aanleiding geven tot strijd.

Naast al de taken die hij op zich nam, vond Nektarios nog tijd voor het schrijven van een groot aantal boeken over theologie, ethiek, kerkgeschiedenis en de plaats van de Vaders, vaak miskend door westerse beïnvloeding. Daarbij kwam ook nu weer dat er lasterpraat rondverteld werd over hem en zijn klooster. En altijd verdroeg hij dit met de grootste gelijkmoedigheid en hij sprak nooit een kwaad woord over hen die hem beschuldigden. Maar het taste wel zijn lichamelijke weerstandsvermogen aan, en hij werd getroffen door een pijnlijke ziekte die hem in anderhalf jaar naar het graf bracht. Hij stierf in het ziekenhuis, 8 november 1920. Zo is hij nog bijna een tijdgenoot van ons, in elk geval van de oudere generatie. Zijn graf is een der meest bezochte bedevaartsplaatsen van Griekenland. Want na zijn dood is de heilige Nektarios nog even geliefd als tijdens zijn leven. In 1961, 41 jaar na zijn dood, werd hij plechtig heilig verklaard. Hij is vooral de beschermheilige van de zieken.

Bron:

http://www.orthodox-eindhoven.nl/html/ned/item_08.html

ORTHODOXE KERK HEILIGE NEKTARIOS – EINDHOVEN

<>

Heilige Joannes de Rus, de Gevangene in Prokopion in Klein-Azië / Anatolië (+1730)

27 mei

De heilige Joannes de Rus, de Gevangene. Tijdens een veldtocht van Peter de Grote, toen Joannes 21 jaar oud was werd hij in 1711 door de Turken krijgsgevangen gemaakt, en in Prokopion in Klein-Azië tot slaaf van een turkse legeroverste gemaakt. Deze beval hem de islam aan te nemen, maar toen Joannes onbuigbaar bleef doch wel zorgvuldig al zijn plichten waarnam, liet hij hem met rust.

Zijn werk was het verzorgen van de paarden en muilezels slaapplaats was in een verre uithoek van de donkere stal. Die beschouwde Joannes als een grot en hij was verheugd dat hij mocht leven in een plaats zo leek op de stal van Bethlehem, waar onze Verlosser geboren was. Na de zware werkdag deed hij zijn gebeden, en sliep op stro onder een paar oude zakken.

De andere slaven bespotten hem als een uitslover‚ maar Joannes stond altijd klaar om hen te helpen als er moeilijkheden waren, of hen te troosten in hun verdriet. Ook zijn meester raakte op hem gesteld en nam hem mee op zijn reizen. Deze paardenhandelaar kwam tot welstand en werd een gerespecteerd lid van de stad Prokopion; hij was zich ervan bewust dat zijn voorspoed te danken was aan het toegewijde werk van Joannes, wiens houding ook het andere dienstvolk gunstig had beïnvloed.

Joannes had blijkbaar een zekere vrijheid van handelen, want hij was in staat de armen te helpen. Een groot deel van zijn nachtrust besteedde hij aan gebed en hi. b pen. ‚Äòen groot deel van zijn nachtrust besteedde hij bezocht ‘s morgens vroeg de voorhal van de dan nog gesloten naburige kerk, zodat hij terug was voordat het werk begon. Elke zaterdag ontving hij de heilige Communie na intensieve voorbereiding door bidden en vasten.

Toen in 1730 zijn laatste levensdagen waren aangebroken liet hij de priester waarschuwen. Deze durfde het huis van een Turk niet binnen te gaan met de heilige Communie in de handen, maar hij overhandigde hem de Heilige Gaven, verborgen in een appel. Na de dood van Joannes geschiedden veel wonderen, zodat Prokopion op den duur een echte bedevaartplaats werd.

Bron:

http://www.orthodoxasten.nl

http://ww.orthodoxasten.nl/heiligen/heiligen0527.htm

ORTHODOX ASTEN

<>

Ηeilige Anastasios, de nieuwe martelaar van Nauplion, Griekenland (+1655)

1 februari

De heilige Anastasios, de nieuwe martelaar van Nauplion. Hij was schilder en toen hem een een ongeluk overkomen was waardoor hij in een toestand van halve verdoving verkeerde, haalden Turkse vrienden hem over moslim te worden. Na enkele dagen kwam hij tot zichzelf en bleef toen alsmaar roepen: ‘lk was christen en ik ben christen en ik blijf christen’. Bedreigingen noch beloften konden hem doen zwijgen en daarom werd hij door de rechter veroordeeld om onthoofd te worden. Maar zodra hij buiten de rechtszaal werd gebracht, viel de woedende menigte op hem aan met stokken en messen, zodat hij reeds gedood was voordat de straf kon worden voltrokken.

Bron:

http://www.orthodoxasten.nl

http://www.orthodoxasten.nl/heiligen/heiligen0201.htm

ORTHODOX ASTEN

<>

Heilige Agape, Chionia en lrene van Thessalonika, Griekenland (+304)

16 april

De heilige Agape, Chionia en lrene waren drie zusters die, ofschoon hun ouders nog heiden waren, zich als maagd aan Christus hadden toegewijd.

Zij leefden te Thessalonika tijdens de regering van Diokletiaan. Deze had de doodstraf gesteld op het bezit van de heilige Schrift, maar zij waren erin geslaagd verschillende boeken uit de Bijbel voor de vervolgers verborgen te houden.

Tenslotte werd het echter toch ontdekt bij een huiszoeking, toen zij beschuldigd waren van het niet willen eten van aan de goden geofferd voedsel. Zij werden gevangen genomen en samen met Kassia, Filippa‚ Eutychia en Agathon voor de gouverneur gebracht, die vertederd werd door hun jonge schoonheid. Hij beloofde hun een man uit zijn gevolg, als ze van hun dwaasheid afstand wilden doen. Toen hij echter niets bereikte, hield hij hen gevangen en hij veroordeelde Agape en Chionia tot de vuurdood.

lrene, de jongste, werd naakt in een bordeel geplaatst, maar toen niemand bij haar durfde te komen, werd zij met een pijl doorboord‚ in het jaar 304.

Bron:

http://www.orthodoxasten.nl

http://www.orthodoxasten.nl/heiligen/heiligen0416.htm

ORTHODOX ASTEN

<>